home
 Home

Demonstratietweekamp

Vragen & antwoorden

De match Luteijn-Donner




Basic Chess

Voor mij hoeft het oude schaak niet meer. Allemaal theorie, gewoon een kwestie van onthouden.
Bobby Fischer, maart 1999
Bobby Fischer

Random Chess, Shuffle Chess, Fischer Random Chess, het zijn allemaal benamingen voor een vorm van schaken met een symmetrische basisopstelling van de witte en zwarte stukken die door middel van loting tot stand komt; de pionnen staan reeds op de tweede rij. Het idee is al ruim tweehonderd jaar oud en vooral dankzij oud-wereldkampioen Bobby Fischer is er de laatste jaren nogal wat belangstelling voor. 'Voor mij hoeft het oude schaak niet meer,' zei hij enige tijd geleden. 'Allemaal theorie, gewoon een kwestie van onthouden.' Bovendien was hij ervan overtuigd dat er bij de partijen tussen Kasparov en Karpov sprake moest zijn van afgesproken werk.
In 1792 werd deze vorm van variable baseline chess al genoemd in een schaakboek van de Nederlandse generaal graaf Philip Julius van Zuylen van Nijevelt. Hij had een hekel aan openingen 'met al die vervelende, steeds weer terugkerende patronen'. Zo kwam hij op het idee om de opstelling van de stukken door het lot te laten bepalen. 'Dat levert een oneindige hoeveelheid verschillende stellingen op, met als gevolg dat niemand ze meer van tevoren kan bestuderen.' *
De bedoeling van deze vorm van schaken is duidelijk: de invloed van parate openingskennis terugdringen. Parate openingskennis en gedetailleerde openingsanalyse met behulp van de computer hebben een negatief effect op twee interessante aspecten van een schaakpartij: improvisatie en creativiteit. In het jaar van zijn overlijden zei de Britse grootmeester Tony Miles:
Mijn grootste zorg is [..] wat is nu eigenlijk de toekomst van het schaakspel? Ik zie allerlei verontrustende ontwikkelingen. Computers zijn bezig [..] de openingsanalyse zozeer te verbeteren dat veel partijen van topspelers niet meer als partijen beschouwd kunnen worden, maar als een strijd om de beste voorbereiding met behulp van de computer.
Tony Miles, maart 2001
Ondanks de vaak gehoorde kritiek op openingsvoorbereiding is een golf van enthousiasme voor Fischer Random Chess e.d. tot nu toe uitgebleven. Dat is niet zo vreemd. Er komt een lotingsprocedure bij kijken en soms zitten de spelers nog voor de eerste zet opgezadeld met een stelling waar ze allebei niet vrolijk van worden. Fischer Random Chess staat eenvoudigweg te ver af van het klassieke spel.
Niettemin valt er best wat voor te zeggen om de spelregels aan te passen en het zou ook niet voor het eerst zijn. En passant slaan, de rokade en de vijftig-zetten-regel bijvoorbeeld zijn er in de loop van de geschiedenis bij gekomen. Maar ook de promotieregel, die overigens ook bedoeld was om de mogelijkheden van het spel te verruimen.

Variable baseline chess zonder loting
Het gaat er nu om een variant te bedenken waarin de voordelen van variable baseline chess behouden blijven, maar de bezwaren ertegen worden weggenomen. Kortom, een elegante vorm van variable baseline chess: variable baseline chess zonder loting. We hebben een dergelijke variant Basic Chess genoemd.


De spelregels

I. De torens en pionnen van beide spelers staan voor het begin van de partij reeds op het bord. Ze staan op dezelfde velden als in het klassieke schaak.


II. De eerste zes zetten worden gebruikt om de overige stukken op het bord te plaatsen: elke zet een willekeurig stuk op een veld van de achterste rij.



  Bijvoorbeeld:

  1. Pg1  Pb8
  2. Lc1  Kd8
  3. Lf1  Pc8
  4. Db1  Lf8
  5. Ke1  De8
  6. Pd1
 Lg8



III. Bij het opstellen van de stukken gelden twee beperkingen: de lopers komen op velden van ongelijke kleur en de koning moet op het d-veld of e-veld (d1 of e1 en d8 of e8) worden gezet. Aan welke kant kort of lang gerokeerd mag worden, hangt dus af van waar de koning staat.

IV. De opstelling van de stukken moet voltooid zijn voordat een stuk dat reeds op het bord staat, verplaatst mag worden.



Samenvatting van de spelregels

De pionnen en torens staan al op het bord. De eerste zes zetten worden gebruikt voor het opstellen van de overige stukken; de witte koning op d1 of e1, de zwarte op d8 of e8 en de lopers op velden van ongelijke kleur.



Zo zijn er in principe 1296 (36 x 36) wit/zwart-combinaties mogelijk. Voor de duidelijkheid, 36 x 36 beginopstellingen levert 1296 stellingen op. Deze stellingen zijn voor de helft elkaars spiegelbeeld. Alle stellingen met Kd1-Kd8 vormen het spiegelbeeld van de stellingen met Ke1-Ke8 en de stellingen met Kd1-Ke8 zijn het spiegelbeeld van die met Ke1-Kd8. Dit soort gespiegelde stellingen zou zich niet voordoen, wanneer de witte koning voor het begin van de partij al op e1 staat, maar dan zou zwart positioneel bevoordeeld worden.
Natuurlijk zijn niet alle opstellingen even goed. In het klassieke schaak is het ook niet verstandig om met 1. h4 te openen. De toekomst zal moeten leren wat wel en niet goed speelbaar is. Terra incognita die door de schakers stap voor stap verkend zal moeten worden. Zoals het hoort.
Stel dat Basic Chess aanslaat, ook dan wordt er openingskennis opgebouwd. Deze kennis bereikt echter nooit de verzadigingsgraad van de openingstheorie in het klassieke schaak. De schaker zal veel eerder moeten improviseren. De inbreng van de computer bij de voorbereiding van een partij is niet meer relevant.

De invoering
Een van de belangrijkste voordelen van Basic Chess is dat er een brug wordt geslagen naar het klassieke schaak, want bij Basic Chess kunnen beide spelers nog altijd kiezen voor de klassieke opstelling. Afwijkingen van het klassieke schaak kunnen in kleine stappen hun beslag krijgen. Op deze manier wordt een geleidelijke overgang mogelijk.
Wat de invoering van Basic Chess betreft zou je kunnen denken aan gemengde toernooien en competities waarin spelers die uitsluitend klassiek willen schaken, dit van tevoren aangeven, zodat hun tegenstanders klassieke openingen kunnen voorbereiden.

Schakers zijn conservatief en gelijk hebben ze; het spel heeft zich immers bewezen. Toch moet er iets gebeuren. Wat is per slot van rekening de charme van een partij die voornamelijk bestaat uit zetten die geprepareerd zijn met behulp van een apparaat dat iedereen thuis op zijn bureau heeft staan? De toeschouwer wil talent zien, geen huisvlijt. En de topschaker? Volgens Fischer en Miles zijn topschakers te beschouwen als gijzelaars van hun eigen openingskennis.
Als er daadwerkelijk iets moet gebeuren, moet het gaan om een vorm van variable baseline chess die te integreren is met het klassieke schaak. Bij Basic Chess is dat het geval, bij variable baseline chess met loting niet. Ook Basic Chess is niet in staat de opmars van de computer te stuiten, maar het is wel een manier om het elektronische beest met zijn horens in de omheining van de arena te laten belanden.

De toekomst van het klassieke schaak

Nabeschouwing
Het was ons streven om een vorm van variable baseline chess te bedenken die te beschouwen is als een natuurlijke uitbreiding van het klassieke schaak. Het moest uiteraard een versie worden waarin de openingsmogelijkheden aanzienlijk worden vergroot, minstens zo groot als die van Fischer Random Chess.
Klassiek schaak is een kwestie van zetten doen. Dat wilden wij ook. In Basic Chess plaatsen de spelers zelf de stukken om en om op het bord. Dat zijn zetten.
Nu zou het, om te rokeren, voldoende zijn dat er slechts op een van beide hoekvelden een toren geplaatst moet worden. Net als in variable baseline chess met loting zou het spel dan beginnen met een volledig lege onderste rij. Een speler kan dan zelf bepalen of hij de andere toren op het andere hoekveld plaatst of niet. Doet hij dat niet, dan heeft hij in die partij niet meer de keuze tussen de korte en lange rokade. Bovendien is het activeren van beide torens een belangrijk facet van het klassieke schaak. Een en ander betekent dat er afbreuk zou worden gedaan aan de rol van de rokade. Daarom hebben we deze variant afgewezen.
Wat de verruiming van de openingsmogelijkheden betreft, hadden we ook kunnen volstaan met een variabele opstelling van koning en dame. (Beide spelers mogen de koning en de dame ook omgekeerd neerzetten.) Zoals reeds opgemerkt, vonden wij echter dat we moesten kiezen voor de grootste verruiming van de mogelijkheden, zolang deze verruiming maar niet op gespannen voet zou komen te staan met bepaalde, essentiële kenmerken van het klassieke schaak.

Noot: Tim Krabbé, Count Van Zuylen van Nijevelt random chess, anyone?, juni 2001.





Over de auteurs

Links

Contact