home
 Home

Demonstratietweekamp

Vragen & antwoorden

De match Luteijn-Donner




De match Luteijn-Donner


Voorwoord

Hoe Donner zijn entree maakte

Hoe ik Donner terechtwees

Jong geleerd, oud gedaan

Hoe ik van Donner won

Hoe ik weer van Donner won

Hoe Donner mij toch nog versloeg

Veel geschreeuw, weinig wol

Hoe Donner toesloeg

Hoe Donner hapte

Hoe Donner vreemd ging I

Hoe Donner fout zat
(en ik tot loper promoveerde)


De aanslag

Het probleem van Donner

Hoe Donner de schoonheidsprijs verspeelde

Hoe Donner zichzelf verloochende

Haastige spoed...

Hoe Donner vreemd ging II

Wie een kuil graaft voor een ander

Al te goed is buurmans gek

Beter een half ei dan een lege dop

Hoe Donner naar mij opzag I

Hoe Donner naar mij opzag II

De een zijn dood...

Hoe het muisje nog een staartje kreeg





HOE DONNER ZICHZELF VERLOOCHENDE

zwart: J.-H. Donner


Men vroeg mij voor een simultaan
ten bate van de invaliden.
Donner was boos, het was zíjn baan,
maar míj hoeft men geen geld te bieden.

Doch hoort, iets ongehoords geschiedde:
Jan-Hein schreef in, als kapelaan.
Hij schafte zich (hoe ín-perfide!)
toog, rozenkrans en bijbel aan.

Hij liet een valse ringbaard staan
om tussen de gewone lieden
mij onopvallend te verslaan.

Maar... driemaal kraaide er een haan.
Professor Euwe* van de FIDE
greep in: 'Jan-Hein. U moest maar gaan.'


* Prof. dr. Max Euwe (1901-1981) ten tijde van de match voorzitter van de Fédération Internationale Des Echecs (FIDE).


« vorige | volgende »






Over de auteurs

Links

Contact