home
 Home

Demonstratietweekamp

Vragen & antwoorden

De match Luteijn-Donner




De match Luteijn-Donner


Voorwoord

Hoe Donner zijn entree maakte

Hoe ik Donner terechtwees

Jong geleerd, oud gedaan

Hoe ik van Donner won

Hoe ik weer van Donner won

Hoe Donner mij toch nog versloeg

Veel geschreeuw, weinig wol

Hoe Donner toesloeg

Hoe Donner hapte

Hoe Donner vreemd ging I

Hoe Donner fout zat
(en ik tot loper promoveerde)


De aanslag

Het probleem van Donner

Hoe Donner de schoonheidsprijs verspeelde

Hoe Donner zichzelf verloochende

Haastige spoed...

Hoe Donner vreemd ging II

Wie een kuil graaft voor een ander

Al te goed is buurmans gek

Beter een half ei dan een lege dop

Hoe Donner naar mij opzag I

Hoe Donner naar mij opzag II

De een zijn dood...

Hoe het muisje nog een staartje kreeg





HOE IK VAN DONNER WON

wit: Jonkheer F.J.A. Luteijn
zwart: J.-H. Donner



Jan-Hein beval: 'Nu de partij!
Ik win, dat weet ik van te voren;
ik ben als wonderkind geboren.'
Hij greep een pul met bier: 'Op mij!'

e4; e5; en naar behoren
speel ik raadsheer c4; doch hij
doet paard c6; nu keert het tij:
dame h5; zwart heeft niets door en

geeft naar f6 zijn ros de sporen.
Breed grijnslacht Donner: 'Hé, nou jij!'
'Welnu, mijnheer. ik ben zo vrij
en sla. Uw koning gaat verloren.'

Buiten zichzelf van razernij
heeft Donner bloedig wraak gezworen. Untitled
« vorige | volgende »






Over de auteurs

Links

Contact